Hierbij weer een typisch gerecht dat in Volendam vroeger veel gegeten werd, maar wat nog steeds regelmatig wordt voorgeschoteld: grauwe erwten.
Het klinkt niet lekker en ziet er misschien niet heel smaakvol uit, maar dat is het dus wel.
Als je aan veel Volendammers vraagt wat hun lievelingseten is, zullen zij grauwe erwten zeggen. Ik vind het zelf ook echt heel lekker en nog beter: het is heel makkelijk te maken.
In Volendam zullen er heel veel mensen zijn die het anders maken, maar dit is mijn recept. 😉
3 personen
Duur: 25 minuten
Grauwe erwten
Ingredienten
- 800 gram kapucijners – velderwtjes van Hak
- 2x 100 gram rundertartaar
- Peper en zout
- 150 gram spekreepjes
- 1 rode paprika
- 1 gele ui
- Klont boter
- 1 1/2 theelepel kerriepoeder
- 3 eetlepels ketjap manis
- 2 kleine augurkjes per persoon
- 1 grote eetlepel Piccalilly
Bereiding
- Bak de spekjes in hun eigen vet. Als ze goed doorbakken zijn, haal je ze eruit en leg je ze even apart.
- Bak de tartaar met peper en zout om en om 3 minuten in een andere pan met boter.
- Snijd de ui in halve ringen en de paprika fijn. Bak dit in het vet van de spekjes zacht.
- Voeg de tartaartjes toe aan de pan met paprika en ui en prak fijn met een vork. Bak dan rul mee.
- Strooi de kerriepoeder erover en schenk de ketjap erbij. Voeg nu de kapucijners toe en de helft van de spekjes. Bak even kort mee.
- Voeg een scheut water toe aan de pan waarin je de tartaar hebt gebakken. Laat dit pruttelen en bewaar dit als jus voor later.
- Schep alles op de borden en garneer met de overgebleven spekjes. Leg er wat mini augurkjes naast en schep er wat piccalilly naast. Schenk de jus over het mengsel uit de pan.